Nadat de koopkracht van de Nederlanders jarenlang is gedaald, is er in 2015 sprake van een stijging. Gemiddeld gaan we er 0,5 procent op vooruit. Maar het goede nieuws geldt niet voor iedereen.
De koopkracht stijgt omdat het reële inkomen stijgt, de pensioenpremies dalen en eerder geplande lastenverzwaringen met 1 miljard euro worden verlicht. De lastenverlichting zit hem in de verhoging van de arbeidskorting en een verlaging van het tarief in de eerste schijf van de inkomstenbelasting. En er is 160 miljoen euro extra voor het kindgebonden budget om de koopkracht van gezinnen te ondersteunen.
Niet iedereen zal merken dat zijn koopkracht verbetert. Maar liefst 2 miljoen huishoudens gaan er niet op vooruit of zelfs op achteruit. Gezinnen met kinderen en de wat hogere inkomens gaan het meest vooruit, alleenverdieners met kinderen en gepensioneerden het minst.
Koopkracht inkomensgroepen
• Inkomens tot 2.600 euro per maand: + 0,5 procent.
• Inkomens tussen 2.600 en 5.200 euro per maand: + 0,25 procent.
• Inkomens boven 7.500 euro per maand: + 0,75 procent.
Koopkracht gezinnen
Kijken we alleen naar de koopkracht van gezinnen met kinderen, dan zien we de volgende ontwikkelingen:
• Alleenverdiener met kinderen, modaal: -2,5 procent.
• Alleenverdiener met kinderen, 2x modaal: -0,25 procent.
• Tweeverdieners met kinderen, modaal + ½ x modaal: + 0,25 procent.
• Tweeverdieners met kinderen, 2 x modaal + ½ x modaal: + 0,75 procent.
• Alleenstaande ouder, minimumloon: + 10 procent.
• Alleenstaande ouder, modaal: + 2 procent.
• Paar met kinderen, sociale minima: + 0,75 procent.
Koopkracht AOW’ers
De koopkrachtontwikkeling van AOW’ers ziet er minder rooskleurig uit.
• AOW (paar), AOW + 10.000 euro: -1,75 procent.
• AOW (paar), (alleen) AOW: -0,5 procent.
• AOW (alleenstaand), AOW + 10.000 euro: -1 procent.
• AOW (alleenstaand), (alleen) AOW: -0,25 procent.